Dag 27, etappe 23: Bizanet - Ille-sur-Têt
2 september 2026 - Ille-sur-Têt, Frankrijk
Wat was het warm vandaag, maar wat hebben we tegelijk weer genoten van de prachtige landschappen van de Pyrénées-Orientales.
Ja, de Pyreneeën zijn in zicht. Gisteren al heel voorzichtig en nog alleen een vaag silhouet, maar vandaag werden de scherpere contouren meer en meer zichtbaar. Vanochtend waren we wat aan de late kant en om toch redelijk op tijd te kunnen vertrekken dronken we alleen een kop koffie en vulden onze thermosfles. Daarna fietsten we eerst naar een boulangerie, kochten een baguette, twee croissants en twee pain-chocolate. Eenmaal buiten het dorp gingen we daarmee ontbijten. Waren we toch nog op tijd weg en aten we ook voldoende.
We wisten dat het opnieuw een bloedhete dag zou worden (34°C max) en het was zaak voldoende te drinken. Met mijn 1.7 liter en Jeannettes 1.5 liter aan bidons komen we veel tekort, dus kopen we onderweg meestal een paar liter extra en waar mogelijk halen we ook water uit publieke tappunten. Om niet alleen maar lauw water te drinken verwennen we onszelf ook nog een paar keer per dag met heerlijke koude Orangina/Schweppes uit de koeling van een supermarkt. Op die manier kunnen we het verloten gegane vocht redelijk aanvullen.
De route van vandaag liep door behoorlijk heuvelachtig terrein met daarin een stuk of 5 klimmetjes/klimmen. De eerste heette de Col d'Extreme, die echter qua steilte wel meeviel. Hij werd zwaar doordat er eerst al zo'n 10 km stevig vals plat aan vooraf ging. In het gebied stonden veel Chateau's en kloosters temidden van onafzienbare wijnvelden. De meesten druiven waren al geoogst, maar hier en daar was men nog met de hand aan het plukken.
Ongeveer halverwege de rit kwamen we aan in Latour-de-France, waar we in een parkje even in de schaduw konden uitrusten. We wisten dat er na dit plaatsje een lange, pittige klim volgde en moesten even wat krachtvoer tot ons nemen. De klim begon al in het plaatsje zelf en was, inclusief een klein stukje dalen, zo'n 8 km lang met stukken tot 9%. Op zich gaat het klimmen best redelijk. Ondanks het gewicht aan de fiets komen we nog steeds fietsend boven. De grootste tegenstander op deze klim was, voor mij zeker, de hitte. Met nauwelijks schaduw gutste het zweet langs m'n hoofd. Regelmatig stopten we even bij een klein plekje in de schaduw om het zweet af te vegen en te drinken, veel te drinken. Toen we eenmaal boven waren volgde een mooie afdaling richting Ille-sur-Têt, waar onze camping wachte.
De uitzichten op de Pyreneeën werden steeds fraaier en diep beneden ons zagen we ook een prachtig turquoise kleurig meer liggen. Dichter bij Ille-sur-Têt zagen we echter ook de vreselijke gevolgen van de natuurbranden in dit gebied. Grote zwartgeblakerde gebieden tot in de woongebieden, met afgebrande huizen, vernielde tuinen en meer ellende. Het zorgde voor een trieste aanblik, spookachtig zelfs. De eigenaresse van de camping legde ons desgevraagd uit dat het dit jaar zoveel erger was dan welk jaar ook. 26.000 mensen moesten worden geëvacueerd. Sommigen daarvan zagen hun huis niet meer terug! We leefden met haar mee en lieten haar nog even haar frustratie uitten over de Franse aanpak van de natuurbranden, die volgens Macron vooral een probleem voor het zuiden is. Na dit rampjaar op dat gebied zal ook de Franse President zich nog wel eens achter de oren krabben.
Morgen gaan wij weer verder. Spanje is in zicht...


Door jullie 'slow-reizen' zie en hoor je dit.
"stevig vals plat" is voor mij een nieuw begrip.
Suc6 met het spaans